Een kort verhaal over Akira en zijn vrienden; Het avontuur na het verblijf op het VanHelsing-eiland (met hier en daar wat gesprekken)

Een kort verhaal over Akira en zijn vrienden; Het avontuur na het verblijf op het VanHelsing-eiland (met hier en daar wat gesprekken)

Deel 1: Een woensdag in het kasteel Osaka

Akira is blij dat hij weer thuis is. Hij miste het kasteel en zijn vader en moeder wel een beetje, maar hij is ook blij dat hij niet meer op een superlange vakantie meer is. Iedereen verlangt wel eens naar zijn ouders. “Wat een fijne dagen heb ik gehad. Ik ben lekker bezig geweest op mijn weefgetouw, want dat miste ik ook wel een beetje.” zei Akira. “Eigenlijk vond ik het wel jammer om weer weg te gaan. Ik had Toshi niet eens gezien…” zei Sachi. “Wie is dat?” vroeg Akira. “Dat is mijn jongere broer. Toshi Watanabe, de kinderlijke krijger. Hij is ook een ninja.” zei Sachi. “Ik begrijp hem al.” zei Akira. “Ik ben nu ook weer een kind gebleven. Ik ben nu 15 jaar jonger dan ik toen was.” zei Minato, “Maar nu wij weg zijn is er geen plek meer voor ons. Er komen heel erg veel baby’s op het VanHelsing-eiland, moet je weten.” “Oh, ik begrijp hem al. Maar toch ben ik blij dat ik thuis ben.” zei Akira. “We hebben het nog niet over Nanco gehad.” zei Sachi, “Want hij heeft nu een dochter dat morgen misschien onze plaats in kan nemen. Zij heeft een hele aparte naam. Qyomi heet zij, want het evenbeeld van Nanco wilde toch een mooie zeldzame naam opzoeken?” “Ja, daar heb je een punt.” zei Akira. “おはよう、アキラ。” (Ohayō, Akira.) «Goedemorgen, Akira.» zei Ayumi. “おはよう、お母さん。” (Ohayō, okāsan.) «Goedemorgen, moeder.» zei Akira. “Heb je nog fijne dagen gehad?” vroeg Ayumi. “Ja. Ik heb lekker hard gewerkt aan mijn weefgetouw en geborduurd. Ik heb ook nog de was gedaan.” zei Akira, “Verder niks bijzonders.” “Dan is het goed. Zijn er nog uitdagers gekomen?” vroeg Ayumi. “Nee. Er zijn geen tegenstanders voor mij waar ik tegen heb kunnen vechten. Maar toch verveel ik me niet. Op het VanHelsing-eiland verveelde ik me zo…” zei Akira. “Maar… Je hebt toch ook leuke dagen gehad op dat eiland?” vroeg Ayumi. “Dat ook. Vooral dat ik lekker ging sparren met Akiko. Dat waren nog eens tijden…” zei Akira, “En Cloud Strife…” “Dat is fijn. Zullen we zo gaan eten, want de kok heeft alweer een lekker gerecht gemaakt. Jullie hebben zeker nog niks gegeten, toch?” zei Ayumi. “Nee, we hebben niks gegeten.” zeiden Akira, Sachi en Minato. “Nou, dan gaan we zo weer naar de eetzaal. Komen jullie?” vroeg Ayumi. “Ja, wij komen eraan.” zeiden Akira, Sachi en Minato.

Einde van deel 1

Begin van deel 2: Een brunch op kasteel Osaka (een lange reeks gesprekken)

“Mag ik een onigiri?” vroeg Akira. “Ja, pak maar.” zei Akihiro. Iedereen pakte een eigen onigiri. Het is altijd een verrassing wat er in een onigiri zit, maar het is zeer voedzaam. Akira, Akihiro, Ayumi, Sachi en Minato zaten aan tafel, maar ook Kian en Zyler. “Heb je het al gehoord van Qyomi?” vroeg Sachi. “Qyomi? Rare naam…” zei Zyler. “Zyler, je moet niet met namen spotten. Dat is onbeleefd.” zei Kian. “Oh, sorry ik kon het niet helpen…” zei Zyler. “Geeft niks. Ik wilde alleen maar over Qyomi praten. En verder maak ik me er niet druk over. Het is een hele mooie naam.” zei Akira. “Wist je trouwens dat Nanco alles te letterlijk of te persoonlijk opvat?” vroeg Sachi. “Volgens mij zit hij ons alleen maar voor de gek te houden…” zei Minato. “Maar als Nanco alles letterlijk of persoonlijk opneemt, betekent dat ook zijn dochter dat zal doen.” zei Akira, “Als ik bijvoorbeeld vraag aan haar: ‘Zullen we gaan sparren?’ dan zal ze vast en zeker naar de naaldbossen gaan en zoeken naar ‘sparren’. Maar als zij mij leuk vindt, dan vat zij dat persoonlijk op, maar dan is het als een complimentje bedoeld. Snap je het een beetje?” “Ik begrijp het heel erg goed.” zei Minato, “Alleen… Waarom wil je haar trainen om beter te leren vechten?” “Mijn vader had het ook aan mij geleerd. En nu leer ik de nieuwe kinderen vechten zoals je het doet in Super Smash Bros.” zei Akira. “Oh, dan lijk je vast en zeker als twee druppels water op je vader, toch?” vroeg Zyler. “Dat klopt als een bus.” zei Akihiro, “Akira had vroeger toen hij klein was de droom om een samoerai te worden. Zijn grote held was Takamaru in de game Samurai Warriors 3. Dat spel speelde hij urenlang op de oude Wii. Maar hij hield er ook van om meer te weten, dus speelde hij bijna altijd een quizspelletje als hij thuiskwam van school. Later leerde ik hem het echte werk van hoe een samoerai ging vechten. Toen mijn zoon 20 jaar werd besloot ik hem uit te laten rusten en een echt samoeraiharnas aan te laten trekken. Sachi, Sanem en Jara hadden vroeger bij Akira op school gezeten.” “Maar Sanem is er nu toch niet meer?” vroeg Kian. “Zij is naar Turkije gevlogen. Zij wilde liever bij haar moeder blijven, zoals ik bij papa en mama wil blijven.” zei Akira. “Ja ja…” zei Sachi. “Ik zei laatst dat ik het stom vond om tegen een vrouw te vechten, maar toen ik deze krijgers tegenkwam, wist ik niet eens dat de meerderheid vrouwelijk was.” zei Minato, “Ik begon gelijk te vechten, maar als ik snel ben, zijn mijn aanvallen natuurlijk minder krachtig. Kleine Mii-personages springen hoger en zijn sneller dan grote Mii-personages.” “Ja, dat is waar.” zei Akira. “Waar is jouw begeleider, Zyler?” vroeg Sachi. “Zij is zo ontzettend mager geworden dat je haar bijna niet meer ziet! Zij heeft al weken niks gegeten…” zei Zyler zielig. “Nou, dan geven we haar maar de restjes van de noedelsoep en de sushitafel. Laten we kijken wat er dan gebeurd…” zei Akihiro. Laura Ward at toen alles op wat er te snaaien viel. “Soms vraag ik me af: moet Laura nou mij begeleiden, of ik haar?” vroeg Zyler. “Geen idee.” zei Kian. “Maar wat dacht je dan van Hugo?” vroeg Akira. “Wie?” vroeg Sachi. “Hugo, mijn halfbroer.” zei Kian rustig. “Oh, die Hugo! Hahaha!” lachte Sachi. “We hebben hem al heel lang niet meer gezien…” zei Akira, “Wat is er zojuist met hem gebeurd?” “Hij woont nu alleen. Het maakt hem nu niet zoveel uit bij wie hij zit. En hij heeft ook sorry tegen Mario gezegd, want er moet toch ook een eind aan die eeuwige verwarring komen?” vroeg Kian. “Daar heb je gelijk in.” zei Akira. “Maar Qyomi dan? Moeten we het daar niet liever over hebben?” vroeg Sachi. “Ik denk van wel. Qyomi is een dromerig meisje. Op droomdag, ik bedoel donderdag ga ik haar trainen. Ik hoop wel dat zij vanaf de Mii-maker naar ons kasteel kan gaan. Of misschien naar het Suzaku-kasteel.” zei Akira. “Oh, op de plek waar tegen Ryu gevochten wordt in de Street Fighter-spellen?” vroeg Zyler. “Ja. Ik ga gezellig met haar sparren op die plek. Het evenbeeld van Nanco gaat haar eerst instellen als amiibo-Mii-vechter. Dan voert hij haar accessoires zoals aanvalsbadges, defensiebadges en snelheidsbadges. Als laatste geeft hij haar unieke speciale aanvallen, een outfit en een hoofddeksel. Dan kan ik samen met haar sparren. Ik beloof je dat zij de nieuwe held wordt die ons gaat vervangen.” zei Akira. “Dat klopt, want het evenbeeld van Nanco schreef al: ‘er is nog hoop’.” zei Kian, “Maar het is wel jammer dat ik niet meer met hem kan praten.” “Zullen we gaan shoppen?” vroeg Zyler opgewekt. “Ja, dat wil ik wel.” zei Kian. “Tot de volgende keer!” zei Sachi. “Tot vanmiddag.” zei Akira. “後でまで!” (Atode made!) «Tot later!» zei Minato. “さようなら!” (Sayōnara!) «Tot ziens!» riepen de vader en moeder van Akira. Iedereen maakte toen een buiging, maar voordat ze dat deden waren Kian, Zyler en Laura allang vertrokken. “Nou, dan moeten wij het maar afwachten…” zei Akira. “Moeten wij de titel van dit verhaal dan veranderen?” vroeg Sachi. “Ach welnee joh! Het evenbeeld van Nanco schrijft wel een nieuw verhaal. We zullen het morgen wel zien…” zei Minato. “Dan gaan wij het maar afwachten…” zei Sachi.

EINDE VAN DIT VERHAAL